Het probleem: Je hebt een platenspeler en iets om geluid uit te krijgen, maar niet de zekerheid welke kabel waarin hoort en of je nog een kastje nodig hebt.
De korte route: Volg het signaal van bron naar versterker naar speaker, en zoek uit waar de phono-voorversterking zit.
Volg het signaal
In een eenvoudige opstelling gaat het geluid van de bron naar de versterker en dan naar de speakers. Een platenspeler heeft onderweg extra versterking nodig voordat een gewone lijningang er iets mee kan. Die phono-voorversterker zit soms in de speler, soms in de versterker en soms in een los kastje.
Zoek dat uit voordat je kabels koopt. Twee voorversterkers achter elkaar geven een hard, vervormd geluid. Helemaal geen voorversterker levert juist een heel zacht signaal op.
De hele keten is dus: element in de toonarm, phono-voorversterker, versterker, speakers. Bij actieve speakers zitten de laatste twee in dezelfde kast, en bij sommige platenspelers zit de eerste er ook al in. Precies één keer phono-voorversterking, niet vaker en niet minder: dat is het enige waar je echt niet naast mag zitten.
Waar zit de phono-voorversterker?
Kijk eerst op de achterkant van je platenspeler. Zie je naast de twee cinch-uitgangen een schakelaar met twee standen, meestal phono en line, dan zit er een voorversterker in en kun je die aan- of uitzetten. Staat er niets, dan geeft de speler een phono-signaal af en heb je er elders een nodig.
Kijk daarna op de achterkant van je versterker. Een ingang met het opschrift phono, vrijwel altijd met een klein schroefje voor de aardedraad ernaast, is een ingebouwde voorversterker. Alle andere ingangen (line, aux, cd, tuner) zijn lijningangen en doen die correctie niet.
Heb je geen van beide, dan koop je een los phono-voorversterkertje. Dat is een kastje ter grootte van een pak kaarten met twee cinch-ingangen, twee cinch-uitgangen, een aardeschroefje en een stekker, en het gaat tussen de speler en een lijningang in. Voor een MM-element is er geen reden om daar veel aan uit te geven.

Op een versterker met een phono-ingang
Dit is de eenvoudigste situatie. Zet de schakelaar op de speler op phono als hij er een heeft, steek de rode stekker in de rechter ingang van het phono-paar en de witte in de linker, en schroef de dunne aardedraad van de speler vast aan het aardeschroefje bij die ingang. Zet de versterker op de phono-ingang en je bent klaar.
Let op dat je de aardedraad niet vergeet. Hij hangt los aan de achterkant van de speler en ziet eruit als een vergeten stukje draad met een vorkje of een oogje eraan, maar zonder die verbinding hoor je een constante brom zodra het volume omhoog gaat. En steek de speler nooit in een phono-ingang terwijl zijn eigen voorversterker aanstaat: dat is de dubbele versterking die vervormt.
Op een versterker of receiver zonder phono-ingang
Heeft je versterker alleen line-, aux- of cd-ingangen, dan zet je de schakelaar op de speler op line en sluit je hem op een van die ingangen aan. Heeft je speler die schakelaar niet, dan gaat er eerst een los voorversterkertje tussen: speler naar de ingang van het kastje, kastje naar de line-ingang van de versterker, aardedraad van de speler aan het kastje.
Een moderne televisie-receiver of soundbar heeft vaak alleen digitale ingangen, en daar past geen platenspeler op. Zoek dan naar een analoge ingang (twee cinch-bussen, wit en rood) of gebruik een los voorversterkertje met een digitale uitgang. Een gewone verloopstekker van cinch naar optisch bestaat niet, want daar zit een omzetting tussen die je moet kopen.
Op actieve speakers
Actieve speakers hebben de versterker ingebouwd, dus de kabel gaat rechtstreeks van de platenspeler naar de speaker. Bij de meeste sets zitten alle aansluitingen op één van de twee speakers, met een aparte kabel naar de tweede; die speaker heeft dan ook het stopcontact nodig, dus kies vooraf welke kant dat wordt.
Kijk hier goed naar de ingang. Heeft de speaker een phono-ingang met aardeschroefje, dan kan een speler zonder ingebouwde voorversterker er direct op. Heeft hij alleen een line- of aux-ingang, dan zet je de speler op line of gebruik je een los voorversterkertje. Dit is de plek waar het het vaakst misgaat: een phono-signaal in een lijningang klinkt zacht en blikkerig, en veel mensen denken dan dat de speaker stuk is.

Speakerkabel bij passieve speakers
Passieve speakers krijgen hun signaal van de versterker via speakerkabel, twee aders per speaker. Sluit links en rechts hetzelfde aan: plus aan plus, min aan min. Bij vrijwel alle kabel is één ader gemarkeerd met een streep, een kleur of een ribbel, zodat je ziet welke welke is, en meer hoef je niet te weten.
Draai je één speaker om, dan staan de speakers in tegenfase: de bas wordt dun en het beeld tussen de speakers valt uit elkaar. Het is een fout van tien seconden en hij is net zo snel te herstellen. Zorg verder dat er geen losse draadjes over de klemmen hangen, want twee draadjes die elkaar raken zetten de beveiliging van de versterker aan.
Over kabelkwaliteit: een korte, degelijke kabel met een fatsoenlijke doorsnede doet in een woonkamer wat hij moet doen. Meet de afstand, tel er een halve meter speling bij op en koop beide kanten even lang. Geld dat je aan exotische kabels uitgeeft, hoor je niet terug; hetzelfde geld aan een betere plaatsing of een schone plaat wel.
Als het bromt, zacht klinkt of vervormt
Een constante brom die harder wordt met het volume is bijna altijd de aardedraad: niet aangesloten, of aangesloten op iets wat zelf niet geaard is. Sluit hem aan op het aardeschroefje bij de phono-ingang of op het voorversterkertje. Blijft het brommen, leg de cinchkabel dan verder weg van stroomkabels en stekkerdozen, en steek speler en versterker in dezelfde stekkerdoos.
Heel zacht geluid waarbij je het volume ver open moet draaien betekent een phono-signaal in een lijningang: er ontbreekt een voorversterker. Hard, vervormd geluid bij een kwart volume betekent het omgekeerde, twee voorversterkers achter elkaar; zet de schakelaar op de speler op line of haal het losse kastje eruit.
Hoor je maar één kanaal, dan zit een cinchstekker los of niet ver genoeg in de bus, of is een speakerdraadje losgeraakt. Wissel de twee cinchstekkers eens om: verhuist de stilte mee naar het andere kanaal, dan ligt het aan de kabel of de speler, blijft hij op dezelfde kant, dan ligt het aan de versterker of de speaker.
Maak een foto voordat je iets lostrekt
Fotografeer de achterkant van je apparatuur voordat je gaat schuiven. Simpel, maar het scheelt een hoop bij storingen en verhuizingen. Plak desnoods een stukje tape op twee kabels.
Verander daarna één ding tegelijk. Dan weet je ook welke wijziging effect had.
Veelgestelde vragen
- Hoe sluit je een platenspeler aan op een versterker?
- Met een cinchkabel van de uitgang van de speler naar een ingang van de versterker: wit is links, rood is rechts. Heeft de versterker een phono-ingang met aardeschroefje, gebruik die en schroef de aardedraad van de speler eraan vast. Heeft hij die niet, zet de speler dan op line of gebruik een los phono-voorversterkertje.
- Kan een platenspeler rechtstreeks op actieve speakers?
- Ja, als er precies één phono-voorversterker in de keten zit. Heeft de speaker een phono-ingang, dan kan elke speler er direct op. Heeft hij alleen line of aux, dan moet de speler zijn eigen voorversterker aan hebben staan of komt er een los kastje tussen. Klinkt het zacht en blikkerig, dan ontbreekt die voorversterking.
- Waarom bromt mijn platenspeler?
- Bijna altijd de aardedraad. Die dunne draad aan de achterkant van de speler hoort vast aan het aardeschroefje bij de phono-ingang of aan het voorversterkertje. Blijft het brommen, leg de cinchkabel dan verder van stroomkabels vandaan en sluit speler en versterker op dezelfde stekkerdoos aan.
- Heb je dure kabels nodig voor een platenspeler?
- Nee. Een korte, degelijke cinchkabel en speakerkabel met een fatsoenlijke doorsnede doen in een woonkamer wat ze moeten doen. Meet de afstand, neem een halve meter speling en koop beide kanten even lang. Het verschil dat exotische kabels beloven, hoor je niet; een betere plaatsing of een schone plaat wel.
