Het probleem: Je leest dat een platenspeler een phono-voorversterker nodig heeft, maar je weet niet of je er al een hebt, en of een los kastje iets toevoegt of juist iets verpest.
De korte route: Kijk eerst op de speler en de versterker. Zit er al een in, koop dan niets. Ontbreekt hij, dan is voor een MM-element een eenvoudig kastje genoeg.
Heb je een phono-voorversterker nodig? Vaak heb je er al een
Wie zoekt of hij een phono-voorversterker nodig heeft, krijgt meestal eerst een kastje aangeboden. Begin liever bij de vraag zelf, want het antwoord is vaak nee. Een platenspeler heeft precies één phono-voorversterker nodig, en bij veel opstellingen zit die er al in: in de speler zelf, in de versterker of in de actieve speakers. Dan hoef je niets te kopen, en een tweede kastje erbij maakt het geluid slechter in plaats van beter.
Je hebt er al een, en hoeft dus niets te kopen, als je platenspeler een schakelaar heeft met phono en line, als je versterker een ingang heeft met het opschrift phono, of als je actieve speakers een phono-ingang hebben. Je hebt er wel een nodig als geen van die drie klopt: een speler zonder ingebouwde voorversterker, op een versterker of speakers met alleen line-, aux- of cd-ingangen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij veel oude spelers van de markt, en bij een nieuwe speler op een moderne versterker zonder phono-ingang.
Deze gids loopt die vraag eerst helemaal af, omdat het de goedkoopste stap is: kijken kost niets. Daarna gaat het over wat een los kastje eigenlijk doet, het verschil tussen een MM- en een MC-element, en wat zo'n kastje mag kosten. Hoe je de hele keten van speler tot speaker aansluit, staat in de gids over je platenspeler aansluiten.
Waar je kijkt: speler, versterker en speakers
Begin bij de achterkant van de platenspeler. Zie je naast de twee cinch-uitgangen, de rode en de witte, een klein schuifje met twee standen, dan heeft de speler een ingebouwde voorversterker die je aan en uit kunt zetten. Bij de meeste spelers staat erbij wat de standen doen: phono of off betekent dat het signaal onbewerkt naar buiten gaat, line of on betekent dat de ingebouwde voorversterker het werk al heeft gedaan. Vrijwel elke nieuwe instapspeler heeft zo'n schakelaar. Staat er geen schakelaar en ook niets in de handleiding over een ingebouwde voorversterker, dan geeft de speler een phono-signaal af.
Kijk daarna op de achterkant van de versterker of receiver. Een ingang met het opschrift phono, bijna altijd met een klein schroefje voor de aardedraad ernaast, is een ingebouwde phono-voorversterker. Oudere versterkers en receivers hebben er vrijwel allemaal een, omdat de platenspeler toen de belangrijkste bron was. Bij nieuwere versterkers verschilt het per model, en soundbars en tv-receivers hebben er zelden een. Alle andere ingangen, line, aux, cd, tuner en tape, zijn lijningangen en doen het werk van een phono-voorversterker niet.
Gebruik je actieve speakers, kijk dan op het aansluitpaneel van de speaker waar de kabels in gaan. Een aantal sets heeft een ingang die phono heet, of een schakelaar bij de ingang met phono en line. Staat daar alleen line of aux, dan moet de voorversterking eerder in de keten gebeuren: in de speler of in een los kastje.
Twijfel je, zoek dan het typenummer van de speler of de versterker op en lees in de handleiding of specificaties of er een phono-ingang of ingebouwde phono-voorversterker is. Die informatie staat er vrijwel altijd in, en het scheelt een aankoop die je niet nodig had.

Twee achter elkaar: de fout die het vaakst gemaakt wordt
De meest gemaakte fout is niet het ontbreken van een voorversterker, maar een te veel. Iemand koopt een speler met een ingebouwde voorversterker, sluit hem aan op de phono-ingang van een oude versterker, of zet er een los kastje tussen omdat dat bij platenspelers zo hoort. Dan wordt het signaal twee keer versterkt en twee keer gecorrigeerd. Het resultaat is luid en vervormd geluid al bij een laag volume, met een scherpe, harde bovenkant en een bas die rommelig klinkt.
De oplossing kost niets. Heeft de speler een schakelaar, zet hem dan op phono of off zodra je op een phono-ingang of een los kastje aansluit, of laat de schakelaar aan en kies op de versterker een lijningang. Een los kastje dat je daarbij al had gekocht, is dan overbodig. Bewaar het bonnetje dus tot je hebt nagekeken wat er al in je opstelling zit.
De omgekeerde fout geeft het omgekeerde geluid. Zonder enige phono-voorversterking komt er een heel zacht, dun signaal uit de speakers, met bijna geen bas, en moet je het volume ver opendraaien om iets te horen. Veel mensen denken dan dat de speler of de speakers stuk zijn, terwijl er alleen één schakel in de keten ontbreekt. Wat je doet als het daarnaast ook bromt, staat in de gids over je platenspeler aansluiten.

Wat een phono-voorversterker eigenlijk doet
Een phono-voorversterker doet twee dingen tegelijk. Het eerste is versterken. Het element in de toonarm geeft een heel klein signaal af, bij een gangbaar MM-element een paar duizendste volt. Een lijningang verwacht een signaal dat zo'n honderd keer sterker is. Daarom klinkt een platenspeler op een lijningang zonder voorversterking zo zacht.
Het tweede is correctie, en daarom kun je het gebrek niet oplossen door de volumeknop verder open te draaien. Bij het snijden van een plaat wordt de bas zachter gezet en de hoge tonen harder, volgens een vaste standaard die RIAA heet. Zachtere bas maakt de groef smaller, zodat er meer muziek op een kant past, en hardere hoge tonen houden het ruisen van de plaat beneden de muziek. De phono-voorversterker draait die bewerking precies om: hij zet de bas weer harder en de hoge tonen weer zachter. Zonder die correctie klinkt een plaat dun en schel, hoe hard je hem ook zet.
Daarom is de phono-ingang van een versterker ook geen gewone ingang met een extra volumestandje. Hij doet allebei die stappen, net als een ingebouwde voorversterker in de speler of een los kastje. Waar het gebeurt, maakt voor het principe niet uit, als het maar één keer gebeurt.
MM of MC: kijk eerst welk element je hebt
Welk kastje past, hangt af van het element in je toonarm. Er zijn twee hoofdsoorten. Een MM-element, moving magnet, is wat op vrijwel elke instapspeler en de meeste middenklassespelers zit. Het geeft het signaal af waar elke phono-ingang en elk eenvoudig kastje op gebouwd is, en de naald is er bijna altijd los te vervangen. Hoe je dat doet, staat in de gids over de naald vervangen.
Een MC-element, moving coil, geeft een nog veel kleiner signaal af, bij de meeste modellen zo'n tien keer zwakker dan een MM-element. Een phono-ingang die voor MM is gebouwd, versterkt dat te weinig: het klinkt zacht en ruisig. Voor zo'n element heb je een voorversterker nodig met een MC-stand, of een kastje dat speciaal voor MC is gemaakt. MC-elementen zitten vooral op duurdere spelers, en de naald is meestal niet los te vervangen; bij slijtage gaat het hele element terug naar de fabrikant of de winkel.
Er is een tussensoort, het high-output MC-element, dat een signaal afgeeft dat sterk genoeg is voor een gewone MM-ingang. Weet je niet wat er op je speler zit, zoek dan de naam op het element op. Staat het element niet in de beschrijving van je speler, dan is het bij een instapspeler en bij bijna elke oude speler van de markt een MM-element. Wie een tweedehands platenspeler koopt, moet daar wel op rekenen: vrijwel geen speler uit de jaren zeventig of tachtig heeft een ingebouwde voorversterker, omdat elke versterker toen een phono-ingang had.
Wat mag een phono-voorversterker kosten?
Voor een MM-element is een eenvoudig kastje genoeg. Het hoeft de versterking en de correctie alleen goed te doen, en dat is geen hoogstandje: de techniek is decennia oud en goed begrepen. Losse kastjes voor MM beginnen rond de dertig euro, en kastjes van gevestigde hifimerken liggen grofweg tussen de vijftig en honderd euro. In die klasse krijg je een stevige behuizing, een aardeschroef en een losse adapter voor de stroom, en dat is wat je nodig hebt.
Wat duurdere kastjes extra bieden, is vooral flexibiliteit: een MC-stand, instelbare belasting voor verschillende elementen, een filter tegen de lage rommel van kromme platen, of een uitgang voor een koptelefoon. Dat laatste kan handig zijn als je zonder versterker wilt luisteren; meer daarover staat in de gids over een koptelefoon voor je platenspeler. Heb je een MC-element, dan is een MC-stand geen luxe en begint het bij ongeveer honderd tot honderdvijftig euro. Heb je een MM-element en geen plannen om te wisselen, dan betaal je voor mogelijkheden die je niet gebruikt.
Een goede vuistregel is dat het kastje niet meer hoort te kosten dan het element in je arm. Een duur kastje achter een element van veertig euro haalt er niets uit wat er niet in zit. Wil je de opstelling verbeteren, dan zit er bij een instapspeler vaak meer winst in een beter element of een betere plek voor de speler dan in de voorversterker.
Sommige kastjes hebben een digitale of usb-uitgang, zodat je ze op een computer kunt aansluiten om platen op te nemen. Dat is een reden om er een te kopen als je dat echt wilt doen, niet omdat het er toevallig bij zit.
Een los kastje in plaats van de ingebouwde voorversterker
Een speler met een ingebouwde voorversterker kan altijd ook zonder: zet de schakelaar op phono of off en sluit hem aan op een los kastje of een phono-ingang. Dat is de reden dat de gids over een platenspeler kopen zo'n schakelaar aanraadt. Je kunt later een versterker met een phono-ingang kopen zonder dat de ingebouwde voorversterker in de weg zit.
Of een los kastje beter klinkt dan de ingebouwde voorversterker van je speler, hangt van beide af. De voorversterker in een goedkope speler is gebouwd om binnen het budget van die speler te passen, en zit vlak naast een motor en een stroomvoorziening. Een los kastje heeft die beperkingen niet. Het verschil kan hoorbaar zijn, vooral in ruis en in hoe strak de bas klinkt, maar het is zelden groot. Werkt je opstelling en ben je tevreden, dan is dit niet de eerste plek om geld uit te geven.
Hetzelfde geldt voor de phono-ingang van een goede versterker. Die is vaak prima, en er een los kastje voor zetten heeft alleen zin als je een element hebt dat die ingang niet ondersteunt, zoals een MC, of als de ingang ruist of bromt terwijl de aardedraad goed vastzit.
Aansluiten en neerzetten
Een los kastje gaat tussen de speler en een lijningang van de versterker of de actieve speakers. De cinchkabel van de speler gaat in de ingang van het kastje, een tweede cinchkabel gaat van de uitgang van het kastje naar line, aux of cd op de versterker. Rood is rechts, wit is links. De aardedraad van de speler schroef je vast aan het schroefje op het kastje, niet aan de versterker. En de schakelaar op de speler, als die er is, staat op phono of off.
Zet het kastje dicht bij de speler, zodat de dunne kabel met het zwakke signaal kort blijft, en zo ver als het kan van stroomkabels, stekkerdozen en de voeding van de versterker. Het zwakke signaal tussen element en voorversterker vangt sneller brom op dan elk ander stuk kabel in de opstelling. Steek de adapter van het kastje bij voorkeur in dezelfde stekkerdoos als de versterker.
Een tweede cinchkabel heb je meestal nodig, want lang niet elk kastje levert er een mee. Een gewone, korte kabel is genoeg; dure kabel hoor je op deze afstand niet terug, en het verschil zit in een stevige stekker die goed in de bus klemt. Zet daarna het volume laag, start een plaat en draai rustig open. Klinkt het voluit en zonder vervorming bij een normale stand van de volumeknop, dan zit er precies één voorversterker in de keten, en ben je klaar.
Veelgestelde vragen
- Heb ik een phono-voorversterker nodig?
- Alleen als er nog geen in je opstelling zit. Heeft je platenspeler een schakelaar met phono en line, of je versterker of actieve speakers een ingang met het opschrift phono, dan heb je er al een. Heb je geen van die drie, dan heb je een los kastje nodig tussen de speler en een lijningang.
- Wat gebeurt er als je twee phono-voorversterkers gebruikt?
- Dan wordt het signaal twee keer versterkt en twee keer gecorrigeerd, en klinkt het luid en vervormd al bij een laag volume. Zet de schakelaar op de speler op phono of off als je hem op een phono-ingang of een los kastje aansluit, of kies op de versterker een lijningang.
- Wat kost een goede phono-voorversterker?
- Voor een MM-element, wat op vrijwel elke instapspeler zit, beginnen losse kastjes rond de dertig euro en liggen die van gevestigde hifimerken grofweg tussen de vijftig en honderd euro. Voor een MC-element heb je een kastje met een MC-stand nodig, en dat begint rond de honderd tot honderdvijftig euro.
- Kun je een platenspeler zonder voorversterker op een aux-ingang aansluiten?
- Het werkt, maar het klinkt heel zacht en dun, zonder bas, omdat het signaal niet versterkt en niet gecorrigeerd wordt. Op een aux- of line-ingang moet de voorversterking eerder gebeuren: met de ingebouwde voorversterker van de speler aan, of met een los kastje ertussen.
